Over pillen, pijn en een maatschappij die niet meer klopt


Steeds meer mensen slikken wel iets. Een pilletje tegen somberheid, tegen drukte in het hoofd, tegen lichamelijke spanning, tegen paniek, tegen de slapeloze nachten.
Een pil om te focussen. Een pil om te kalmeren. Een pil om door te gaan.

Soms tijdelijk, soms jarenlang. Vaak voorgeschreven en soms ‘even geleend’. Vaak begrijpelijk… maar ook ongemerkt normaal geworden.


De cijfers liegen niet, maar zeggen weinig

Ongeveer 1,2 miljoen (cijfers 2023) Nederlanders gebruiken antidepressiva. Zo’n 300.000 slikken ADHD-medicatie, vaak al op jonge leeftijd. Bètablokkers, benzodiazepines, slaapmiddelen…
We hebben het hier niet over een randgroep, maar over miljoenen mensen.

En dan heb ik het nog niet eens over alcohol, wiet, energiedrank of ‘natuurlijk’ spul uit het drogist.
We zijn bezig onszelf te dempen, te sturen, te fixen. En nee, dat is niet per definitie fout.
Maar wel zorgwekkend als we er niet meer bij stilstaan.


Wat proberen we te verdoven?

De vraag is niet hoeveel mensen medicijnen slikken. De vraag is: waarom doen we het zo massaal?
Wat kunnen we blijkbaar niet meer dragen, voelen of verdragen… zonder chemische hulp?

Is het de druk van het systeem? De prestatiecultuur? De eenzaamheid? De innerlijke leegte die niet meer wordt opgevuld met verbinding maar met dopamine?

Of is het simpelweg: niemand leert ons meer om pijn te voelen.
Om stilte toe te laten.
Om onrust te verwelkomen in plaats van te onderdrukken.


De pil lost het niet op

Begrijp me goed. Medicatie kan levensreddend zijn.
Soms is het echt nodig om de scherpe randen van een crisis af te halen.
Soms helpt het om weer ademruimte te krijgen, om überhaupt uit bed te kunnen komen.

Maar als we een pil slikken omdat we nooit hebben geleerd wat ons lijf eigenlijk wil zeggen… dan bouwen we een muur om ons heen en noemen we het herstel.

We behandelen symptomen, maar raken verder verwijderd van onszelf en we gaan niet tot de kern.


Misschien is de maatschappij wel ziek

We behandelen mensen alsof ze individueel zijn vastgelopen.
Alsof het probleem in hun hoofd zit, in hun hormonen, in hun zenuwen.

Maar wat als het niet de mensen zijn die ziek zijn… maar het systeem waarin ze leven?

Een systeem waarin alles sneller moet.
Waarin productiviteit belangrijker is dan aanwezigheid.
Waarin kinderen stil moeten zitten.
Waarin voelen wordt gezien als lastig,
en ‘sterk zijn’ betekent: doorgaan, aanpassen, onderdrukken.

Misschien slikken we niet omdat we ziek zijn,
maar omdat we proberen te overleven in een omgeving die fundamenteel niet klopt.
Een omgeving waarin geen plek is voor traagheid, zachtheid, rouw, stilte of echte verbinding.

Zolang we alleen de symptomen blijven dempen, blijft het systeem buiten schot en misschien is dat wel wat het systeem van ons wil.


Misschien zijn we niet ziek.

Misschien zijn we vergeten wat voelen is.

Het is tijd om opnieuw te leren luisteren.
Naar je lijf. Naar je emoties.
Naar de chaos die misschien helemaal niet fout is,
maar juist de ingang is naar heling.

Niet iedereen hoeft van de medicijnen af.
Maar wel iedereen verdient de ruimte om te onderzoeken wat eronder zit.

Misschien is dát wel de echte revolutie.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *